Van angst voor elektriciteit tot actief gebruiker en zelfstandig producent. Onze klanten hebben net zo’n spannende ontwikkeling doorgemaakt als wij. Ervaar hoe we samen met klanten werken aan een betrouwbaar en betaalbaar energienet, dat voor iedereen bereikbaar is.

Sneeuwstorm

Vrijdag 25 november. Extreme sneeuwval, regen en rukwinden trekken over het land. Hoogspanningsmasten bezwijken onder de ijsafzetting en kabels ‘dansen’ in de wind. In de gemeente Berkelland in de Achterhoek zorgt een omvangrijke kabelbreuk bij Essent ervoor dat er in Eibergen en Neede geen stroom meer kan worden geleverd. Bij Nuon treedt direct een noodscenario in werking. Besloten wordt dat het gebied spanning krijgt vanuit het eigen onderstation in Borculo, dat nog capaciteit over heeft, en er worden extra aggregaten geplaatst bij transformatorhuisjes in Eibergen.

Door het extreme weer komen de werkzaamheden maar langzaam op gang. Storingsmonteurs zien geen hand voor ogen en staan uren in de bitterkoud. Om kwart voor drie ‘s nachts wordt het eerste aggregaat in Eibergen aangesloten. De mensen in de omgeving hebben weer ‘een beetje’ stroom. Om de pieken in verbruik op te kunnen vangen, arriveren aggregaten uit Haarlem, Leeuwarden en Duiven. Tientallen collega’s zijn nu in touw om klanten niet in de kou te laten zitten. Op zaterdagavond is de noodvoorziening klaar. Warmte! De dankbaarheid van bewoners is groot. De volgende dag komt het sein van Essent dat onderstation Eibergen weer operationeel is. Door het snelle handelen is de samenwerking uitstekend verlopen, en kan de rust in de Achterhoek weer terugkeren.

Bron Personeelsblad Nuon Netwerk Services – via Robert Doornink, voormalig monteur bij Nuon.  

Een opmerkelijke klant

In de jaren ‘20 van de vorige eeuw neemt de populariteit van de levering van gas aan bedrijven flink toe. Zo ook in Velsen. Na elf jaar gas van de gemeente Haarlem te hebben ontvangen, komt in 1924 een einde aan deze samenwerking. Vanaf dat moment gaat de gemeente Velsen een overeenkomst aan met de N.V. Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken. Zodoende komt het Velsense gas dus uit de hoogovens.

Ook bedrijven richten hun vizier nu steeds vaker op samenwerking met gasdistributiebedrijven. In 1926 krijgt Het Gasbedrijf er een wel erg opmerkelijke klant bij: vanaf dat jaar neemt de vereniging voor facultatieve lijkverbranding voor het crematorium gas af van Het Gasbedrijf. Als gevolg hiervan wordt besloten tot het instellen van een meterhuur bij industrieel gebruik en voor de verwarming van grote- en gemeentegebouwen.

Bron: H3, Een eeuw gas in Velsen, J. Morren en D. Verhulst, 1989

Behoefte aan gas in Velsen

Na de sloop van de watergasfabriek blijkt er in de regio Velsen begin 1900 toch nog behoefte te zijn aan het gebruik van gas. Plannen worden gemaakt voor de aanleg van een waterleiding- en gasfabriek in het gemeentedeel Velseroord, maar dit gaat uiteindelijk niet door. In plaats daarvan wordt een gasdistributiebedrijf opgericht, die het gas uit de gasfabriek in Haarlem betrekt. Het Haarlemse gas is namelijk stukken goedkoper.

Voor het transport hiervan moeten er leidingen worden aangelegd. Over de prijs en hoeveelheid gas dat uiteindelijk moet worden geleverd, zijn nog flinke discussies. Toch komt men in 1915 tot een overeenkomst en kan de gaslevering beginnen. In het begin verloopt dit helaas niet helemaal naar wens en delen van de regio komen zonder gas te zitten.

Niet veel later krijgt men ook te maken met een rantsoenering van de gasleveranties. Dit komt doordat de kolenaanvoer vastloopt door de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog neemt het gasgebruik echter een vogelvlucht. Vooral de mogelijkheid om via Het Gas- en Waterbedrijf gaskachels en fornuizen te huren, stimuleert dit. Door het toenemend gasverbruik is al snel een tweede gashouder noodzakelijk en in 1925 zelfs nog een. Aan de behoefte van gas is in de gemeente Velsen inmiddels ruimschoots voldaan.

Bron: H2, Een eeuw gas in Velsen, J. Morren en D. Verhulst, 1989

Angst voor elektriciteit

Het is haast ondenkbaar, maar in het begin van de 20e eeuw bestaat er nog angst voor elektriciteit. De komst van de elektrische straatverlichting lijkt het tij te keren. Ontwikkelingen volgen elkaar in razend tempo op. Zo ontwerpen de technici een zekering die doorbrandt zodra er meer dan een ampère wordt gebruikt, wat kortsluitingen en brand moet voorkomen.

In Amsterdam heeft de gedreven ingenieur en directeur van het GEB, Dhr. W. Lulofs, er geen moeite mee zijn stadgenoten de zegeningen van elektriciteit desnoods op te dringen. Hij doet veel voor de verbetering van de elektrische straatverlichting in Amsterdam en schrijft veel boeken. Hij zorgt er persoonlijk voor dat de grote nieuwbouwblokken van woningverengingen al direct bij de bouw worden voorzien van elektriciteit. Als de snelle groei van het aantal aansluitingen tot een tekort aan meters leidt, introduceert Lulofs in 1918 de eenlichtsinstallatie. Dit is een meterloze aansluiting voor een lamp van 100 kaars. De kosten hiervan bedragen 1,50 gulden per maand. Dat inmiddels de angst voor elektriciteit is verdwenen, blijkt uit het grote aantal lampen dat uit de elektrische straatverlichting verdwijnt. Die doen het immers thuis ook uitstekend.

Foto: Dhr. Lulofs in zijn kantoor in Amsterdam
Bron: Fotograaf onbekend, Geheugenvannederland, 1914

Toeval op het Rokin

Ontmoetingen met oud-collega’s zorgen vaak voor mooie historische verhalen. Werk van vroeger kan ineens in verbinding staan met werkzaamheden vandaag. Zo ook het Amsterdamse Rokin, waar Liander momenteel druk is met het regelen van de omgevingsveiligheid, mede vanwege de aanleg van de Noord/Zuidlijn.

Tijdens een gesprek met een gepensioneerd PEN medewerker haalt de beste man een jubileumboek uit te kast. Hierin wordt vernoemd dat eind 19e eeuw de Eerste Nederlandse Electriciteitsmaatschappij (ENEM) in Noord-Holland een locatie zoekt voor zijn centrale. In 1899 wordt deze gevonden: in de oude stoomgarenfabriek van de firma Bispinck & Kundert in Bloemendaal. Het betekent een primeur als eerste elektriciteitscentrale in de regio Kennemerland. Ewald Bispinck en zijn vrouw Anastasia Kundert runnen een groothandel in garens en aanverwante artikelen. Het stel woont en heeft hun winkel aan… het Rokin! Hun landgoed in Bloemendaal is aanvankelijk bedoeld als zomerverblijf, maar in 1875 zet Bispinck er een fabriek neer om onafhankelijk te zijn van toeleveranciers. Deze productie duurt tot 1899, wanneer de deuren van ‘De Garenklos’ sluiten en de fabriek in gebruik wordt genomen voor de openbare energievoorziening. Het betekent in 1904 de oprichting van de Kennemer Electriciteitsmaatschappij, welke in 1917 overgaat in het PEN.

Bron: Ons Bloemendaal, 20e jaargang, nummer 3, Herfst 1996 – via Hans van der Vegt