Overval gasmuntenbank

“Het gebeurde in de Zwanen Burgerstraat in Amsterdam. Vele Amsterdammers zullen zeggen: nooit van gehoord! In geen enkel straatnamenregister te vinden. Maar het zit zo… In 1980 beginnen de voorbereidingen voor de bouw van de Stopera en een metrostation op het Waterlooplein. Hiervoor worden meerdere straten en (vaak oude) huizen gesloopt. Dit betekent dat naast de Zwanen Burgerstraat zo ook de Korte en Lange Houtstraat verdwijnen. In 1986 wordt de Stopera feestelijk geopend. Maar waar blijft nu die overval? In de destijds nog bestaande Zwanen Burgerstraat is een kleine garage met een GEB ‘gasmunten bank’ gevestigd. Deze laatste wordt op een kwade dag in 1977 overvallen. Behalve contant geld ligt er ook een grote hoeveelheid gasmunten van aanzienlijke waarde. Tijdens de roof raakt de overvaller in gevecht met de kassier, die daarbij behoorlijk wordt toegetakeld, en de dader weet slechts met een geringe buit te ontsnappen. Aan de afdeling Telecommunicatie van het GEB wordt hierop gevraagd om voortaan een kassieralarm te installeren. Bij de sloop wordt de bank uiteindelijk opgeheven. De verkoop van particuliere penningen loopt als voorheen weer via de kruidenier. En grote muntvoorraden? Die gaan voortaan naar het hoofdkantoor.”

Bron: G.L.M Dorland

Hoge nood

“Toen ik in 1955 bij het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) Amsterdam in dienst kwam, waren er nog maar weinig collega’s die de tijd van voor de oorlog hadden meegemaakt. Die zaten nu tegen hun pensioen aan. Verhalen van vroeger werden dan ook steeds spaarzamer. Ik herinner mij één van die verhalen. Het moet geweest zijn omstreeks 1930 (toen nog geen GEB geheten). Bij een ploegje monteurs was er één bij die de vaste gewoonte had om als de kabel losgemaakt was en de tent nog boven het losgat stond, dan even onder de tent ‘uit de broek te gaan’. Collega’s hadden zich een geintje beloofd om met twee man tegelijk de tent op te pakken en naast het losgat te zetten… terwijl de collega nog doende was. Dit gebeurde in de Kalverstraat in Amsterdam. Een straat waar altijd veel winkelend publiek aanwezig is… dus ‘succes’ verzekerd!”

Bron: G.L.M Dorland

Huwelijk Beatrix en Claus

“Met grote belangstelling las ik de bijdrage ‘Geen stroom, geen kroning’ (2013) over de inspanningen van collega’s voorafgaand aan de kroning van Willem-Alexander in Amsterdam. Het een en ander herinnerde mij aan een andere koninklijke gebeurtenis: het huwelijk van Beatrix en Claus op 10 maart 1966 in de Westerkerk in Amsterdam. Zoals velen zich nog wel zullen herinneren, een rumoerige tijd. De kerk en de hele buurt is goed gecontroleerd. Een week voor het huwelijk is het alle diensten en bedrijven verboden om in de binnenstad opbrekingen te maken. Bij een van de vele bijeenkomsten met de verantwoordelijken wordt opgemerkt dat er als communicatiemogelijkheid in de ‘commandoruimte’ van de kerk alleen een PTT (nu KPN)- aansluiting is. Men heeft het volste vertrouwen in de goede werking van de PTT telefoon, maar toch… Wat als? Het hoofd van de montagedienst netten van het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) Amsterdam weet wel wat. Eén telefoontje naar de afdeling Telecommunicatie is voldoende. Van de GEB telefoonkabel die langs de kerk loopt, wordt een aftakking gemaakt. Hieraan wordt een toestel geplaatst met aansluiting op een van de eigen GEB-telefooncentrales. En zo staat er al gauw een tweede telefoon tot de beschikking. Zover mij bekend zijn er tijdens de dienst geen problemen geweest.”

Bron: G.L.M Dorland

Werkruimte

De werkruimte van de plaatselijke PNEM monteur is in de jaren ’50 niet veel meer dan een groot hok, tegen het transformatorhuisje aangebouwd. Daar zit hij dan, ‘de man van het licht’, zoals men hem in de buurt noemt.

De monteur beheert het net dat binnen zijn rayon valt. Voor lange tijd is zijn transportmiddel om materiaal mee te vervoeren de bakfiets. Hij trapt er het hele rayon mee door! Als de mensen vragen hebben of iets willen weten, kunnen ze bij hem aankloppen. Hij weet werkelijk van alles wat af en heeft overal een oplossing voor. Zijn spulletjes liggen in het hokje en door de groei van het net en de elektriciteitsmogelijkheden komen daar steeds meer zaken bij. Al gauw is het hokje te klein en wordt begonnen met het bouwen van rayonmagazijnen. Een deel hiervan wordt in het begin als kantoor gebruikt, vervolgens komen de rayonchef en de administrateur erbij en uiteindelijk een speciaal loket voor het publiek. Halverwege de jaren zeventig zijn de magazijnen aangepast en omgebouwd tot kantoren, wat nog een enorme operatie was.

Bron: Waar licht is, is vreugde, 1994
Foto: Flickr

PEB groeit uit z’n jasje

Het zal rond 1925 zijn geweest dat er een grote toename aan personeel is. Nieuwe medewerkers komen van heinde en ver, uit alle delen van het land om te werken voor het energiebedrijf. Voor het eerst dreigt de PEB uit zijn jasje te groeien. Namen van Friese dorpen klinken voor de nieuwe krachten als Abracadabra. Neem nou Koufurderrige! Voor de nieuwelingen had dit net zo goed in Timboektoe kunnen liggen. Toen een ingenieur eens de opdracht kreeg om de dorpen Mantugm, Jorwerd en Baard te verkennen met het oog op een eventuele elektrificatie, hoort hij alleen nog de klanken Anne, Orre en Aard. Opmerkelijk lang zoekt hij op de kaart om vervolgens op pad te gaan. Niet veel later hangt hij aan de telefoon. Hij was in Hantum, Holwerd en Ternaard geweest maar daar stonden overal al PEB-palen!

Bron: 75 jaar PEB, Hoofd tekenkamer Leeuwarden, 1975
Fotograaf onbekend