Oprichting PGEM

Van kaarsen en lantaarns tot olielampen en gloeilampen. De 19e en 20e eeuw staan bol van de uitvindingen. Waar de stoomtechnologie zich perfectioneert, beginnen particuliere ondernemingen aan het einde van de 19e eeuw met de productie en distributie van elektriciteit. Gas gewonnen uit kolen is op dat moment de voornaamste bron voor licht en warmte. De productie, het transport en distributie ervan verlopen gescheiden. De wildgroei en diversiteit in tarieven is groot. In 1910 zijn er alleen al in Gelderland 80 verschillende particuliere en gemeentelijke elektriciteitscentrales.

De provincie maakt zich zorgen. Niet alleen de burgers in de stad, maar ook op het platteland hebben recht op elektriciteit. Zoiets belangrijk kan niet aan derden worden overgelaten. Op 24 maart 1915 wordt de NV Provinciale Gelderse Electriciteits Maatschappij opgericht, de PGEM. Ingenieur Herman Lohr, een vooraanstaand technicus met zeer vooruitstrevende ideeën, krijgt de leiding. Het betekent de start van 100 jaar geschiedenis als netwerkbedrijf.

Elektrische verlichting

Gewapend met een lange stok en lont, trekt de lantaarnopsteker door de straten. Iedere avond steekt hij één voor één de straatlantaarns aan. De lampen brengen licht, maar vooral ook veiligheid. Met de komst van het elektriciteitsnet sterft het avondberoep geleidelijk uit. Tijdens de Eerste Wereldoorlog worden kolen steeds schaarser en het gas steeds duurder. Hierdoor brandt in 1916 nog maar de helft van de straatlantaarns. Men kan het gas beter gebruiken om te koken. Dit betekent een grote doorbraak voor elektrische verlichting.

Amsterdam laat in 1917 als eerste gemeente in Nederland de openbare straatverlichting elektrificeren. De gaslantaarns worden omgebouwd tot elektrische straatlantaarns en het licht is vele malen feller. Lang hoeven de Amsterdamse huishoudens niet te wachten. Nog geen jaar later is het ook feest in huis. De gemeenteraad besluit 4,2 miljoen gulden uit te trekken om alle woningen van elektriciteit te voorzien.

bron: Fotograaf onbekend, Waar licht is is vreugde, 1994

Dynamisch personeel

De dynamiek en de romantiek van de gemeentelijke gasfabrieken weerspiegelen zich in 1920 het meest in het veelzijdige personeel. De vele verschillende werkzaamheden in de fabriek vragen om een uitgebreide poel van kennis en deskundigen. Aan het roer staan de directeur en zijn adjunct. Dit zijn vaak academici met een ingenieurstitel. Het administratieve personeel staat onder leiding van een administrateur, bijgestaan door een hoofdboekhouder, boekhouders, klerken en schrijvers.

De gasbedrijven kennen een hiërarchie van rangen en standen, waarbij de hoofdopzichter weer eerste, tweede en derde klas opzichters onder zich heeft en de chef opmeter alle meteropnemers en geldophalers controleert. De bekendste gezichten in de buurt zijn die van de nachtwakers, lantaarnpoetsers, lantaarnopstekers en voermannen, die zich veelal buiten op straat bevinden. Het zware werk wordt gedaan door de werklieden. De sterke machinisten, voorstokers, stokers en vuurlakkers maken lange uren en houden het bedrijf draaiende.

Cor Platenburg, Stichting Eindhoven in Beeld, 1920

Olympische Spelen

Amsterdam staat in 1928 wereldwijd in de kijkers van sportfanaten. Het is voor het eerst dat de Olympische Zomerspelen in Nederland plaatsvinden. Ter ere hiervan wordt het Olympisch Station gebouwd met midden op het terrein een 46 meter hoge toren. Deze Marathontoren, in de volksmond ook wel het ‘asbakje van Amsterdam’ genoemd, brengt een ware primeur.

Voor het eerst wordt er het Olympisch vuur aangestoken. En wel met een typisch Hollandse nuchterheid. Zo is het niet een bekende sporter die geschiedenis schrijft, maar een medewerker van het Gemeentelijk Gasbedrijf die middels een brandende lucifer het vuur in de betonnen bekken ontsteekt.

Fotograaf onbekend, Waar licht is, is vreugde, 1994

Huishoudvoorlichting

Met een groeiend aanbod van elektrische apparaten, groeit ook de behoefte voor voorlichting en advies. In 1932 wordt de Nederlandse Vrouwen Elektriciteits Verenging (NVEV) opgericht. De vereniging telt een paar honderd leden en heeft als doel om ‘de huisvrouw voor te lichten hoe op de meest economische en praktische wijze het huishoudelijk bedrijf te voeren, door middel van elektriciteit als de meest ideale energiebron.’ Beroemde kiesrechtstrijdsters zoals Rosa Manus propageren samen met energiebedrijven de efficiëntie van huishoudelijke toestellen. De voorlichting van de NVEV is daarbij altijd onafhankelijk en objectief. Reclame voor specifieke merken is er niet bij. In 1972 wordt de verenging opgeheven, omdat, zo stond in een brief aan de leden: “…de doelstelling voor een groot deel is waargemaakt en de verlichtingsmethodieken een volledig andere vorm hebben gekregen.”