Bodemwinning Flevoland

Om ook Flevoland te voorzien van een netwerk, moet er vindingrijk worden omgegaan met de natuurlijke elementen. Bij de aanleg in het kale land duiken flink wat complicaties op. De natte en slappe bodem bemoeilijkt het leggen van kabels. Van de Rijksdienst mag er uiteindelijk een greppelfrees worden geleend. Dit werktuig maakt het mogelijk om greppels te maken, om zo overtollig water af te voeren. Zo gaat het stukken beter, tot de volgende kwestie zich voordoet. Door het onttrekken van vocht, begint de grond te zakken. Dat kan in een half jaar wel vijftig centimeter bedragen! Deze inklinking van de bodem gebeurt onregelmatig. De kabels verschuiven en liggen hier en daar niet meer op hun plek. Hierdoor worden de kabels uit de aansluitkasten getrokken. Als oplossing wordt er extra ruimte ingecalculeerd. Zo kunnen de kabels meebewegen met de bodem, zonder storingen te veroorzaken. Flevoland wordt zo klaargestoomd voor de komst van aardgas.

Fotograaf onbekend, Het licht moet blijven branden, 1986 

Transformatorhuisjes

In de jaren 60 groeit de vraag naar stroom explosief. Vooral in agrarische gebieden vragen de toegenomen behoeftes van boeren, huishoudens en winkels om een uitbreiding van het netwerk. Een prachtige kans, maar ook een met een uitdaging. Want, hoe kun je zo snel mogelijk transformatorhuisjes bouwen? Deze elektriciteitshutjes spelen een grote rol bij de distributie en transport van elektriciteit. De vraag naar de huisjes is bijna niet bij te benen. Het is aan de knappe koppen van de bouwkundige dienst om een oplossing te vinden.

“Waar we eerst 100 transformatorhuisjes per jaar al een mooie prestatie vonden, zijn we overgestapt op het werken met geprefabriceerde delen. Hierdoor bestaat de installatie uit het opbouwen van standaardelementen die al in de fabriek zijn gemaakt. Dat leverde een flinke versnelling op. Zo konden we wel 370 huisjes per jaar bouwen!” – Bouwkundig medewerker van de PGEM

Bron:Waar licht is, is vreugde, 1994

Transformatorhuisje Nieuwer Amstel, Kruitmolen 2 in Amstelveen. Het huisje is in 1913 ontworpen door de heer B.J. van Loghem, medewerker van het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland (PEN). Het is inmiddels een monument en nog in bedrijf. Foto van dhr. Vogel, oud-bedrijfsfotograaf van de PEN.

 

 

Koukleumen in het noorden

Het is koud in Nederland. Voor de deelnemers van de Elfstedentocht betekent dit frisse windvlagen, sneeuw en ontelbare scheuren in het ijs. Maar de topsporters zijn niet de enige die deze winter grote prestaties neerzetten. Monteurs in het noorden van het land hebben hun handen vol aan dansende hoogspanningslijnen. Wat dit fenomeen is en hoe de monteurs dit aanpakken, dat zie je in de film!

Dansende lijnen

De twaalfde Elfstedentocht is de boeken ingegaan als de zwaarste tocht ooit. De barre winter van 1963 kent veel stuifsneeuw, dagenlange vrieskou en sterke winden. Waar de tocht uiteindelijk na 11 uur Reinier Paping als winnaar kent, zijn de monteurs van het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Friesland (PEB) nog druk in de weer met dansende hoogspanningslijnen. Door de lage temperaturen zijn deze flink beijzeld. Het fenomeen van de dansende lijnen is beangstigend om te zien en te horen. Door de wind schommelen de draden heen en weer. En niet zo’n klein beetje ook. Door de steeds heftigere en grotere slingerbewegingen raken ze elkaar. Dat veroorzaakt een enorm kabaal, gevolgd door kortsluiting. Omdat de lijnen elkaar maar even raken, schakelt de stroom zich direct daarna weer in. Zo begint het riedeltje opnieuw tot het volgende klappende treffen.

Fotograaf, bron, jaartal

Operatie aardgas

Wassen in een teil, gasflessen slepen en wekelijks de kolenboer op bezoek. Begin jaren ’60 zijn douches en verwarmingssystemen nog haast een ongekende luxe. Koken en stoken gebeurt nog voornamelijk op stadsgas en kolen, tot de vondst van het aardgasveld in de gemeente Slochteren plots het einde van het kolentijdperk inluidt.

Operatie aardgas gaat van start. Alle huishoudens moeten worden voorzien van nieuwe branders en sproeiers. De klus is enorm! Alleen al in Amsterdam kijken tachtig controleurs 280.000 aansluitingen na – wel 600 per dag. Monteurs krijgen nieuwe onderdelen in zakjes mee en draaien wijk voor wijk de gaskranen in de nacht van zondag op maandag dicht. Gastoestellen worden omgebouwd, fornuizen vervangen, leidingen krijgen bij het verbindingsstuk een harslaag zodat er geen gas kan ontsnappen en pijpen worden omgelegd. De nieuwe, goedkopere brandstof geeft bijna twee keer zoveel warmte af. Voor menig huishouden is aardgas een ware openbaring!

Fotograaf onbekend, Waar licht is, is vreugde, 1994