Angst voor elektriciteit

Het is haast ondenkbaar, maar in het begin van de 20e eeuw bestaat er nog angst voor elektriciteit. De komst van de elektrische straatverlichting lijkt het tij te keren. Ontwikkelingen volgen elkaar in razend tempo op. Zo ontwerpen de technici een zekering die doorbrandt zodra er meer dan een ampère wordt gebruikt, wat kortsluitingen en brand moet voorkomen.

In Amsterdam heeft de gedreven ingenieur en directeur van het GEB, Dhr. W. Lulofs, er geen moeite mee zijn stadgenoten de zegeningen van elektriciteit desnoods op te dringen. Hij doet veel voor de verbetering van de elektrische straatverlichting in Amsterdam en schrijft veel boeken. Hij zorgt er persoonlijk voor dat de grote nieuwbouwblokken van woningverengingen al direct bij de bouw worden voorzien van elektriciteit. Als de snelle groei van het aantal aansluitingen tot een tekort aan meters leidt, introduceert Lulofs in 1918 de eenlichtsinstallatie. Dit is een meterloze aansluiting voor een lamp van 100 kaars. De kosten hiervan bedragen 1,50 gulden per maand. Dat inmiddels de angst voor elektriciteit is verdwenen, blijkt uit het grote aantal lampen dat uit de elektrische straatverlichting verdwijnt. Die doen het immers thuis ook uitstekend.

Foto: Dhr. Lulofs in zijn kantoor in Amsterdam
Bron: Fotograaf onbekend, Geheugenvannederland, 1914