Bezoek aan huis

Naast de pastoor, de voddenboer en de koperpoetser is er in de jaren 30, 40 en 50 nog een gezicht die vaak aan de deur verschijnt: die van de meteropnemer. Veel gemeentes maken gebruik van een muntmetersysteem. Iedere maand wordt de gas- en elektriciteitsstand opgenomen en worden de munten geïncasseerd. Foute muntjes worden meteen opgemerkt. Met een streng gezicht waarschuwt de man dat er toch echt geen valse penningen in de meter mogen worden gestopt!

In de jaren 40 maakt het systeem plaats voor een ponskaartensysteem. Twee keer in de maand streept de meteropnemer het verbruik aan op de kaart. Het systeem vereenvoudigt de administratieve gegevensregistratie ingrijpend en is de aanzet voor de geautomatiseerde informatieverwerking. Het handmatig tellen van de ponskaarten verdwijnt. Machines lezen voortaan in razend tempo de aangebrachte streepjes. De rol van de meteropnemer verschuift zo langzaamaan naar de achtergrond.

Fotograaf onbekend, Waar licht is, is vreugde, 1994