Maatregelen in oorlogstijd

Donkere wolken pakken zich boven Europa samen: de Tweede Wereldoorlog nadert. Ook bij gas- en waterbedrijven door heel het land is dit merkbaar. Velen besluiten maatregelen te nemen tegen luchtaanvallen.

Bij Het Gas- en Waterbedrijf in Velsen wordt een deel van het personeel belast met de bescherming van de gebouwen, bijvoorbeeld bij brand, en het verlenen van eerste hulp. Schuilkelders worden ingericht en gasmaskers, verband en ontsmettingsmiddelen aangeschaft.  In de eerste vijf oorlogsdagen staat het personeel, bewapend met een stuk gaspijp, op wacht op het terrein om bescherming te bieden tegen aanvallen van Duitse parachutisten.

Het leveren van het gas kan gedurende de bezetting en de hele oorlogsperiode nog maar in beperkte mate en loopt verder terug. Reden is de stagnatie van de gasproductie in de hoogovens, maar ook het afnemende aantal inwoners van Velsen door een evacuatie. De oorlog vordert en werkzaamheden worden steeds lastiger. Er heerst personeelstekort, de bezetter vordert fietsen (problematisch voor woon-werverkeer) en in 1944 stopt de gehele gasvoorziening als gevolg van kolengebrek. Water krijgt de prioriteit en de totale gasvoorraad wordt gereserveerd voor Het Waterbedrijf.

De intrede van de hongerwinter maakt alles nog zwaarder. Op 10 mei 1945 wordt de regio na een korte vertraging bevrijd. De gemeente Velsen komt ontredderd uit de oorlog en een grote hersteltaak, ook voor Het Gas- en Waterbedrijf, staat voor de boeg.

Bron: H4, Een eeuw gas in Velsen, J. Morren en D. Verhulst, 1989