Materiaalverdeling tijdens de bezetting

Op 24 maart 1940 bestaat de PGEM 25 jaar, maar ontspannen is de sfeer allesbehalve. Op de jubileumdag heerst er grote nervositeit en hoop dat Nederland een nieuwe oorlog bespaard wordt gebleven. Helaas mag het niet zo zijn. De periode die volgt is ongetwijfeld de moeilijkste tijd uit het bestaan van de onderneming. Tijdens de bezettingsperiode is er in eerste instantie het vraagstuk rondom de materiaalvoorziening. Steeds meer instanties beginnen zich te mengen met de aanvraag van steeds kleinere hoeveelheden grondstoffen. Wat volgt is een periode van eindeloos getouwtrek om materiaaltoewijzingen. Men krijgt een percentage toegewezen, maar het komt vaker wel dan niet voor dat deze aan het einde van het jaar nog niet ontvangen is. Men vraagt zich af of het niet wijzer is om rustig het einde van de strijd af te wachten. Heeft het touwtrekken wel zin?

De formaliteiten in oorlogstijd hebben zeker ook een positief effect. Zo zorgt het ervoor dat veel mensen een bezigheid behouden, en de gevreesde ‘Arbeitseinsatz’ wordt bespaard. Daarbij vergroot de schaarste aan verlichtingsmiddelen en brandstoffen voor kookdoeleinden de vraag naar elektriciteit. Doordat hierdoor de opbrengsten van levensmiddelen zo stijgt, neemt de financiële draagkracht van het platteland toe. Zo wordt iedere prijs voor een aansluiting op het elektriciteitsnet betaalbaar en beschouwd als een goede belegging voor de na-oorlogse tijd.

Bron: Geschiedenis van de Provinciale Geldersche Electriciteitsmaatschappij 1940 – 1955 – via Leo Stens