Werkruimte

De werkruimte van de plaatselijke PNEM monteur is in de jaren ’50 niet veel meer dan een groot hok, tegen het transformatorhuisje aangebouwd. Daar zit hij dan, ‘de man van het licht’, zoals men hem in de buurt noemt.

De monteur beheert het net dat binnen zijn rayon valt. Voor lange tijd is zijn transportmiddel om materiaal mee te vervoeren de bakfiets. Hij trapt er het hele rayon mee door! Als de mensen vragen hebben of iets willen weten, kunnen ze bij hem aankloppen. Hij weet werkelijk van alles wat af en heeft overal een oplossing voor. Zijn spulletjes liggen in het hokje en door de groei van het net en de elektriciteitsmogelijkheden komen daar steeds meer zaken bij. Al gauw is het hokje te klein en wordt begonnen met het bouwen van rayonmagazijnen. Een deel hiervan wordt in het begin als kantoor gebruikt, vervolgens komen de rayonchef en de administrateur erbij en uiteindelijk een speciaal loket voor het publiek. Halverwege de jaren zeventig zijn de magazijnen aangepast en omgebouwd tot kantoren, wat nog een enorme operatie was.

Bron: Waar licht is, is vreugde, 1994
Foto: Flickr