Een eeuw gas in Harderwijk

Het bestaan van een gasfabriek in Harderwijk van 1857 tot 1957 kent maar weinig bekendheid. Dat terwijl het voor die tijd een gedurfd plan was: gasfabrieken bestonden nog maar net en voornamelijk in grote steden. Op 15 juni 1857 tekent koning Willem III een vergunning voor het oprichten van een gasfabriek in Harderwijk. De bouw kan beginnen en een jaar later is het zover. Op de Grote Markt vindt een feestelijke avond plaats waar het eerste gaslicht van Harderwijk wordt ontstoken. In de eerste jaren is de gaslevering vooral gericht op straatverlichting, maar de gemeenteraad gaat mee met de tijd. In 1865 wordt het stadshuis aangesloten op pijpgas. Men heeft de smaak te pakken en omstreeks 1876 ontstaan het plan de fabriek in eigen beheer te nemen. De Gemeentelijke Gasfabriek Harderwijk is een feit en een periode van uitbreiding volgt.

Onder leiding van directeur Dhr. J. Adriaanse wordt in 1901 besloten tot vernieuwing van het gasbedrijf. Zodoende wordt de fabriek zesmaal vergroot. Ook tijdens de opkomst van elektriciteit en de twee oorlogsperiodes blijft de fabriek uitbreiden. Tijdens de wederopbouw ontstaan diverse fusieplannen tussen fabrieken uit de regio. Aanvankelijk reageert Harderwijk negatief, maar neemt op 20 december 1950 toch zitting in een commissie. Na jaren van overleg en touwtrek tussen belanghebbenden wordt in 1957 NovéGas opgericht; Noord-Veluwe-Gas. Later worden alle plaatsen uit Noord-West Veluwe betrokken en voorzien van gasleidingnetten. NoVéGas wordt zo Gamog, dat weer wordt opgenomen in NUON en nu uiteindelijk onderdeel is van de geschiedenis van Liander.

Bron: Wim Buitenhuis, voormalig medewerker (1960-1985) bij de Gamog

Een vruchtbaar bezoek

Op 3 april 1857 vindt er in Harderwijk een vergadering van de gemeenteraad plaats met het onderwerp de ‘gastverlichtingskwestie’. Een zeer belangrijke kwestie gezien het tijdsbeeld: tot dusver wordt het leven in Harderwijk omringd door veel donkere uren, vanaf de namiddag tot de volgende ochtend. Straatverlichting bestaat nog niet en men tast letterlijk bij het naar buiten gaan in het duister. Tijdens de vergadering dient burgemeester G.A. de Meester dan ook een voorstel in voor de bouw van een gasfabriek in Harderwijk. Wat blijkt? Onlangs heeft de voorzitter een bezoek gebracht aan het Gelderse Zaltbommel, waar ze al in bezit zijn van een gasfabriek. Of de burgemeester er op dienstreis was, vakantie of puur toevallig is niet bekend. Wel dat hij positief verrast terugkeert. De ‘verpachting der verlichting door middel van gas’ heeft zijn aandacht getrokken en hij meent dat op dezelfde wijze door middel van gas dit ‘snellicht’ ook in zijn gemeente is in te voeren – en wel zonder vermeerdering van uitgaven.

Gevraagd wordt om de zaak door een commissie te laten onderzoeken, met oog op hoeveel lichten er zouden moeten branden en wat een geschikte plek zou zijn voor de fabriek. Het betekent uiteindelijk het ontstaan van de Gasfabriek Harderwijk die in totaal een eeuw lang – tot 1957 de woningen en mensen voorziet van gas en warmte.

Bron: Wim Buitenhuis, voormalig medewerker (1960-1985) bij de Gamog

Spotvers

Lantarenpalen zijn in Nederland niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Vooral op het gebied van verkeersveiligheid zijn de lichtmakers van cruciaal belang. Toch bestaan de lange schijnwerpers nog niet eens zo gek lang. In 1886 is het de stad Nijmegen waar de eerste Nederlandse elektrische straatverlichting aan gaat.

Diverse steden volgen snel. Na aanleiding van de invoering van straatverlichting in Schiedam publiceert het Utrechtse studentenblad ‘De Gekortwiekte Faam’, een spotvers:

 

Juicht volken! aarde juich! de dag der glorie naakt!

Het uur slaat, dat de boei van waan en domheid slaakt!

En waar, waar is de plaats die ’t vonkje zag ontgloeien,

Dat eens in volle vlam tot Godlijk vuur zal groeien?

Waar, waar is ’t brandpunt toch, waaruit die luister kwam?

Juicht volken! Neêrland juich! dat brandpunt is Schiedam!

O volken! volgt die wenk! Laat in uw vrije steden,

Laat in het kleinste vlek verlichting aanbesteden!

O Utrecht grijze stad! geef nu van wijsheid blijken;

Nog dekt een zwarte nacht uw schaars verlichte wijken,

Nog kunt gij niet bij ’t licht van andere  steden staan;

Uw reddingsuur is daar! besteed verlichting aan!

 

Bron: Wim Buitenhuis, voormalig medewerker (1960-1985) bij de Gamog
Foto: Tuimellantaarn aan de Nijmeegse Waalkade rond 1900.
Fotomateriaal: Brush HMA Ridderkerk, Smit Transformatoren, Holec Historisch Genootschap, Noviomagnus.