Bodemwinning Flevoland

Om ook Flevoland te voorzien van een netwerk, moet er vindingrijk worden omgegaan met de natuurlijke elementen. Bij de aanleg in het kale land duiken flink wat complicaties op. De natte en slappe bodem bemoeilijkt het leggen van kabels. Van de Rijksdienst mag er uiteindelijk een greppelfrees worden geleend. Dit werktuig maakt het mogelijk om greppels te maken, om zo overtollig water af te voeren. Zo gaat het stukken beter, tot de volgende kwestie zich voordoet. Door het onttrekken van vocht, begint de grond te zakken. Dat kan in een half jaar wel vijftig centimeter bedragen! Deze inklinking van de bodem gebeurt onregelmatig. De kabels verschuiven en liggen hier en daar niet meer op hun plek. Hierdoor worden de kabels uit de aansluitkasten getrokken. Als oplossing wordt er extra ruimte ingecalculeerd. Zo kunnen de kabels meebewegen met de bodem, zonder storingen te veroorzaken. Flevoland wordt zo klaargestoomd voor de komst van aardgas.

Fotograaf onbekend, Het licht moet blijven branden, 1986 

Een zak antracietjes

Kachels, fornuizen en voetenstoven. Kolen zijn er in de jaren 60 volop. De fossiele brandstof wordt in elektriciteitscentrales omgezet in gas, die rijkelijk naar de huizen vloeit. Dit stadsgas zorgt niet alleen voor stromend warm water uit de kranen, maar ook voor verlichting. Toch blijven de roetzwarte kolen ook in veel huishoudens nog een bekend aanzicht. Menigeen zal zich de bedwelmende kolengeur nog goed herinneren.

Zo ook Hennie Molenaar, nu werkzaam bij Alliander: “Ik woonde onder de rook van de gasfabriek aan de Westervoortsedijk in Arnhem. Waar in de voor- en achterkamer en de keuken een kolenkachel stond, vond je in mijn slaapkamer de ijsbloemen op de ramen. Ieder najaar kochten mijn ouders kolen. Was die voorraad aan het eind van de winter op? Dan ging je nog een zakje antracietjes halen bij de kolenboer, daar waren er meer dan genoeg van in de buurt van de fabriek.”

Foto van Gasfabriek Arnhem, Hennie Molenaar, 1960